De stoommachines van Halbertsma te Grou

Uit Test Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken


Reconstructie

De stoommachines Van Halbertsma


Afgezien van enkele summiere gegevens, verkregen via het relaas van Sj. Sjoerdsma, over de eerste machine van 1891, zodat we ons hiervan nog enige voorstelling kunnen maken met daarbij de melding over een locomobiel van 1900, weten we weinig van de stoommachines, die door Sjoerdsma als elkaar opvolgende nieuwe machines genoemd worden.

Uit een bericht in de dorpskrant Frisia kunnen we echter via reconstructie tot de volgende indeling komen:

Stoommachines vermogen gi k.jpg

(afbeelding: via internet LC-Archied uit de Frisia)

1891 een stoommachine van 12 PK



450×265px
1891 een stoommachine van Davey Paxman & Co., Colchester, Engeland met een vermogen van 12 PK
(afbeelding: via http://www.paxmanhistory.org.uk/classB.htm)

1899/1900 een locomobiel van 75 PK



700×473px
1900 half-locomobiel van Heinrich Lanz te Mannheim
(afbeelding: aquarel van J.P. Rottiné)

De eerste stoommachine werd in 1899 te koop aangeboden. Daarom mogen we ervan uitgaan dat de eerste machine en ketel reeds omstreeks 1900 zijn verkocht, ontmanteld en verwijderd!
Dat zou betekenen dat de Halbertsma's fabrieken in de periode 1900-1907 te Grou met een vermogen van 75 PK hebben gewerkt. Nadat het bedrijf van Van der Ploeg door brand was verwoest, heeft deze machine ook een tijdelijke fabriek van Van der Ploeg op het Halbertsma-terrein aangedreven...

1907 een stoommachine van 150 PK (de “Zeister”)



380×475px
Foto-impressie van een soortgelijk model, zoals de Zeister van de Zeister Machinefabrieken geleverd zou kunnen hebben
(afbeelding: Stork Fotoarchief)

Wij vermoeden dat de locomobiel is blijven staan en gewoon heeft doorgewerkt, dat zou dus in de periode 1908 -1914 totaal een vermogen moeten opleveren van 75 PK + 150 PK = 225 PK
Dat is ook het vermogen dat in het bijgaand Frisia-artikel als vermogen wordt opgegeven voor het jaar 1910.
Wij denken dat deze beide machines gezamenlijk hebben gewerkt in de periode 1908-1914.

Wij hebben uit terloopse opmerkingen in historische beschouwingen in Halbertsma-Nijs kunnen opmaken dat het bij de machine van 1907 gaat om een verticale stoommachine, die opgesteld staat in de ruimte van de eerder genoemde locomobiel.
Of de machines elkaar hebben opgevolgd of misschien ook tijdelijk naast elkaar staand hebben gewerkt is niet bekend, maar wel logisch en aanemelijk. Uit de grafische voorstelling in tijdlijn blijkt dat het heel waarschijnlijk kan is dat er bij Halbertsma vanaf 1907 steeds met twee stoommachines tegelijk is gewerkt, of dat er altijd één in reserve heeft gestaan. Ook bij de ketels is een dergelijke situatie begrijpelijk en waarschijnlijk geweest. Een dubbele stoominstallatie geeft het bedrijf immers de zekerheid dat er steeds kan worden doorgedraaid en dus ook geproduceerd, ook al is er één van de systemen tijdelijk in onderhoud of reparatie.

Deze machine van 1907 wordt genoemd: “de Zeister”. Waar deze naam aan refereert was lange tijd onbekend: was het een machinemerk?
Was het een bepaald type? Of werd de machine (als gebruikt) uit Zeist aangetrokken?
De laatste mogelijkheid blijkt uiteindelijk het meest waarschijnlijk te zijn:

Wij vinden via onderzoek op het internet de informatie dat de Zeister Machinefabriek actief was met het bouwen van stoommachines voor o.a. Zuivelfabrieken. Samen met de Fa. Van der Ploeg uit Grou/Apeldoorn werden gezamenlijk complete installaties voor deze branche geleverd.
Via de Grouster connectie is het zeer waarschijnlijk, eigenlijk wel zeker, dat de Zeister Machinefabriek ook de “Zeister” van 1907 aan Halbertsma heeft geleverd.

De Stork compound-machine 350 PK



Stork-machines met tussenliggende receiver, machine van 1915 opgesteld in de westelijke machinekamer

Storkmachine 1915 nr1.jpg
De Stork-machine van 1915 was zeer waarschijnlijk een machine afkomstig uit deze serie
(afbeelding: uit De Gids voor Machinisten, door E.F. Scholl, 1903)

In 1915 komt er een nieuwe machine bij, in een “nieuwe machinekamer”.
Waarschijnlijk is dit de Stork-machine die tot ca. 1946/'47 dienst heeft gedaan. Deze “nieuwe machinekamer” is niet nieuw qua locatie: hij bevindt zich ongeveer ter plekke van het eerste ketelhuis en de machinekamer van 1891! De Stork-machine heeft in dat geval tot ca. 1946/’47 heeft dienst gedaan.

De Frisia noemt als gezamenlijk vermogen in het jaar 1919 het aantal van 500 PK. Wij denken dan ook dat de nieuwe machine een vermogen heeft gehad van 350 PK.

Wij menen bovendien te mogen veronderstellen dat, op het moment dat de nieuwe machine geplaatst wordt (1915) en er een nieuwe Lancashire-ketel wordt geplaatst in het “oude” ketelhuis/machinegebouw, de locomobiel van zijn fundamenten is gehaald en verwijderd: immers die plaats is nodig voor de nieuwe ketel.
De “oude Zeister” blijft dan nog geruime tijd staan: we weten dat die nog gebruikt is bij het blussen van een brand in het jaar 1926.
In de periode 1915-1926 (1930?) beschikte de Halbertsma-fabriek te Grou dus over een gezamenlijk vermogen van 150 PK + 350 PK = 500 PK

Vanaf dit moment is de opbouw van de stoom-installatie ons geheel bekend door eigen aanschouwing en herinnering.

Hanomag-machine 500 PK


H fotob twee 15 Hanomag gi k.jpg
De liggende Hanomag-machine 500 PK
(afbeelding: collectie Halbertsma)

In 1931 wordt de installatie uitgebreid met de opbouw van een “liggende” Hanomag-stoommachine, afkomstig uit een leerlooierij te Asschersleben in Duitsland. Op het machineplaatje stond het jaartal 1922!

Sommige bronnen noemen ook het jaar 1928 als het jaar van plaatsing van de machine. Misschien zijn in dat jaar reeds de plannen gemaakt voor uitbreiding van capaciteit (let ook op het bouwen van een nieuwe schoorsteen) en is hij in dat jaar reeds door Halbertsma aangekocht (in gedemonteerde staat?). Nu wij gevonden hebben dat de machinekamer op zijn vroegst in 1931 was voltooid, kunnen we niet anders vaststellen dan dat de Hanomag-machine in of na 1931 geplaatst en in werking gebracht moet zijn.
Deze machine was volgens opgave in Halbertsma-Nijs goed voor een vermogen van 400-500 PK.
Frisia geeft een gezamenlijk vermogen op van plus-minus 720 PK voor het jaar 1930. Dat kan heel goed een gemiddeld vermogen zijn geweest. Een rekensom leert ons dat het maximale vermogen in de periode 1930-1945 ongeveer 350 PK + 400/500 PK = 750 tot 850 PK is geweest Wij denken dat omstreeks 1930 de “oude Zeister” zal zijn verdwenen.

De Werkspoor-machine met ODKB systeem Maier-Mattern 500 PK


Werkspoor SS252 gt gi k.jpg
De Werkspoor SS252 vertikale stoommachine van 1946
(afbeelding: collectie Halbertsma)

Vervolgens wordt er in 1946-1947 nog een nieuwe stoommachine geplaatst van het “verticale” type Werkspoor SS-252 met oliedruk-klep-beweging (ODKB) volgens het systeem Meier-Mattern. Het is één van de laatste stoommachines die er in Nederland zijn gebouwd!
Deze machine is pas in het najaar van 1947 aangekomen. Hij zal dus in begin 1948 gebruiksgereed zijn geworden.
In het bewaard gebleven logboek van 1948 kunnen we lezen hoe in de loop van dit jaar zich nog talrijke “kinderziekten” voordeden, zij werden in de loop van 1948 langzamerhand opgelost, door de eigen machinisten van Halbertsma. We hebben de indruk dat de Werkspoormachine aan het eind van 1948 zo ongeveer was “ingedraaid”.

Van deze Werkspoor-machines zijn er volgens verkregen informatie door Werkspoor een drietal gebouwd, in verschillende uitvoeringen, en waarschijnlijk is deze van de N.V. Halbertsma de laatste stoommachine die door Werkspoor werd gebouwd. Het vermogen is daarmee toegenomen tot 450 PK + 500 PK = ca. 950 PK

De Hanomag- en Werkspoor-machine zullen afzonderlijk nog uitgebreider worden behandeld.

De liggende Hanomag-machine van 1931

De Werkspoor SS252 stoommachine van 1946

Herinnering

Onwillekeurig gaan mijn gedachten vaak terug naar de tijd dat ik als jongen, samen met klasgenoten die graag meekwamen, geregeld in het ketelhuis en de machinekamers kwam. Vele malen hebben wij de stoommachines mogen stoppen en opstarten, uiteraard onder toezicht van de dienstdoende machinisten.
Vaak moesten wij na het stoppen de machines “tornen”, d.w.z. de hele machine met een zware hefboom stukje bij beetje “doordraaien”, totdat de machine weer in een gunstige stand stond om weer te kunnen worden opgestart voor de volgende werkperiode.

In die jaren, zo ongeveer tussen 1954 en 1962, natuurlijk ook nog wel in later tijd, had een kind nog vrij gemakkelijk toegang in een fabriek.
Er was veel te zien en te beleven, de stoominstallaties spraken tot mijn verbeelding door hun grootte en kracht.

Terug naar de pagina met onderwerpen