De eerste centrale krachtbron

Uit Test Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De eerste centrale krachtbron van de Fa. H. Halbertsma Bz

In februari 1891 wordt door de Gemeente ldaarderadeel de bouwvergunning afgegeven voor de bouw en inrichting van de nieuwe fabriek.
Het fabriekje is ongeveer 23 meter lang en 7 meter breed. Het wordt opgericht in de tuin van Pieter Gosliks woning in de Bauke Douwessteeg, dicht bij hun loodsen voor houtopslag. De noordwesthoek van het gebouwtje heeft een afgeschuinde hoek om vanuit het woonhuis der Halbertsma’s uitzicht te houden op het vaarwater van de “Rechte Grouw”, dit op verzoek van Griet, de vrouw van Pieter Goslik.
Dat een ondernemer zelfs reeds in de negentiende eeuw wordt gehouden aan vestigingsvoorwaarden die van overheidswege worden gesteld, mag wel blijken uit de eisen die door Burgemeester en Wethouders aan de vergunning worden verbonden:
a. De schoorsteen moet worden opgetrokken van onbrandbaar materiaal tot een hoogte van 18m (later gewijzigd in 15 m)
b. De inrichting moet aan alle kanten vrij staan: er moet een afstand worden aangehouden van 20 centimeter tot de omringende gebouwen
c. In die tussenruimte mogen zich geen ontvlambare of ontplofbare stoffen bevinden
d. De wanden van de fabriek moeten van onbrandbaar materiaal zijn opgebouwd met een dikte van minimaal 20 cm.
e. In de oostelijke en zuidelijke muren mogen geen beweegbare lucht- of lichtscheppingen aanwezig zijn
f. Er moet, “zo het nodig blijkt”, een vonkenvanger op de schoorsteen worden geplaatst.
g. De lozing van stoom en warm water moet zo gebeuren dat er bij open en gesloten water geen ongelukken kunnen plaatsvinden
h. Bij gesloten lozing moet er ‘s winters op de lozingsplaatsen bij gaten in het ijs gezorgd worden voor de veiligheid door voldoende afbakening
i. De werklieden mogen niet geseind worden door een stoomfluit of stoomhoorn, noch door buiten de inrichting aanwezige bellen of klokken opgeroepen worden, tenzij hiervoor toestemming wordt gegeven door B. en W.
j. De vloeren van machinekamer en ketelhuis of stookvertrek moeten zijn vervaardigd van onbrandbaar materiaal
k. In de inrichting mag “geen licht worden gebrand dan in lampen of lantarens van zoodanige constructie als noodig is voor de veiligheid ten opzichte van brandgevaar, zulks ter beoordeling van B. en W.
l. De fabriek, machinekamer, ketelhuis en de bewegende delen mogen alleen toegankelijk zijn voor bevoegde personen, anderen mogen slechts onder behoorlijk toezicht worden toegelaten
m. De inrichting moet zijn voltooid en in werking zijn voor 1 mei 1892.

800×493px
Plattegrond van de eerste fabriek
(afbeelding: plattegrond J.P. Rottiné, overgetekend uit Honderd Jaar Hout)

Het eerste fabrieksgebouw is gebouwd door timmermansbaas Jan Haites van der Schaaf, onder toezicht van gemeenteopzichter Jakob Musch.
De technische inrichting van de fabriek bestaat uit een stoomketel, een stoommachine van 12 pk, twee schaafmachines, drie zaagmachines, een snijmachine en een slijpsteen.
De schoorsteen wordt beschreven als:
Metselwerk van den grond tot
het dak M. 4.50 lang
het dak “ 0.20 dik
Daarop een ijzeren schoorsteen ter
Dikte van M. 0,003 lengte M. 15=
Doorsnede M. 0.40

De schoorsteen is bijna 20 meter hoog en boven het dak opgebouwd van “ijzer”, z.g. “stort”, hierdoor worden de rookgassen afgevoerd, nadat zij het ketelwater hebben verwarmd.
Het eerste ketelhuis moet bescheiden van formaat zijn geweest. Uit de plattegrond kan men afleiden dat de maten ongeveer 7 m lang en 5,15 m breed hebben bedragen. Als men in aanmerking neemt dat hierin een ketel en een schoorsteenvoet zijn geplaatst, dan kan men wel uitrekenen dat de ketel waarschijnlijk zo’n 3m lang en 1,25 m breed zal zijn geweest. Wij krijgen sterk de indruk dat de ketel is “ingemetseld”. Het is daarom mogelijk dat hij verwarmd is door middel van rookkanalen in het metselwerk, en heeft behoord tot het “Cornwall”- (één inwendige vuurgang) of “Fairbairn”-type (twee inwendige vuurgangen).


Deze ketelsystemen, oorspronkelijk ontstaan in de Engelse industriegebieden, worden aldaar in die tijd veel toegepast en komen wegens de gunstige resultaten ook op het vasteland van Europa in gebruik.
De eerste ketel van Halbertsma wordt voornamelijk gestookt met houtafval: de krullen en spanen die in het eigen bedrijf overblijven bij het produceren van de botervaten.
De afmetingen van de eerste machinekamer zijn ook klein: wij schatten ze op 7m lang bij 3,25 m breed. De stoommachine die hierin is opgesteld zal eenvoudig van constructie zijn geweest, waarschijnlijk “liggend” met één cilinder en bakschuif. Zij moet het drijfwerk via de hoofdas in beweging brengen. Het opgegeven vermogen is 12 PK.

Hoewel wij aanvankelijk niet over definitieve informatie betreffende de machine en het ketelsysteem van Halbertsma beschikten, hebben we sinds kort met zekerheid de herkomst kunnen vaststellen, namelijk:

500×407px
Ketel en machine zijn beide vervaardigd door het bedrijf Davey Paxman & Co., te Colchester, Engeland.
(afbeelding: internet http://www.paxmanhistory.org.uk/, Richard Carr

In de beginperiode heeft men nog weinig ervaring met de machines: Pieter Goslik probeert de instructies van de leveranciers der werktuigen voor zijn ongeschoolde fabrieksarbeiders om te zetten in bruikbare oefening en aanwijzingen. Ook haalt P.G. Halbertsma een Duitser naar Grouw, met de bedoeling dat deze zijn mensen onderricht in de bediening van de machines gaat geven. Als echter blijkt dat de leermeester zijn tijd verknoeit aan het waterrijke uitzicht over “De Grou”, wordt hij weer ontslagen en naar huis gestuurd. De enige oplossing is- “door schade en schande” wijs worden in de praktijksituatie. Daarbij is Wietze Koldijk, de machinist, de enige met wat vakkennis. Zijn hoofdtaak bestaat natuurlijk uit het draaiende houden van de stoommachine en het drijfwerk, daarnaast vervult hij echter ook de rol van de “slijper” van beitels, zagen en schaven.
Dat de ervaring ontbreekt, blijkt ook wel uit de moeilijkheden die men al spoedig heeft met het eerste fabrieksgebouw.

Sjoerd Sjoerdsma vertelt: (accentueringen van de webmaster)


//“De eerste fabriek is gebouwd in de winter van 1890-1891 door Jan Haites v.d. Schaaf onder opzicht van Jakob Musch destijds gemeenteopzichter in Idaarderadeel.
De eerste moeilijkheid toen de fabriek begon te draaien was, dat het gebouw te slap was. De hoofdas lag op de balken en de riemen op de voordrijfwerken der machine gingen schuin naar beneden. Deze trek konden de muren niet uitstaan en schudde het gebouw te veel. ‘t Was net zei de Heer Halbertsma of het gebouw begon te zweven. Nadat er ankerribben bij de muren waren opgezet met een flinke verankering in de muren en vanaf die ankerribben carbeels in de balken was dit euvel verholpen. Toen met een paar jaar een stuk werd bijgebouwd in de lengte, paste men wel op dat er flinke gebinten werden ingezet. Men had al geleerd.”//

800×580px
Impressie van de "Lytse Fabryk", opgericht in de tuin van de familie Halbertsma
(afbeelding: aquarel J.P. Rottiné)

Terug naar de pagina met onderwerpen