De eerste houtbewerkingsmachines

Uit Test Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

In Halbertsma Nijs 1947, nr. 3

Werken met stoomaangedreven machines was voor de familie Halbertsma te Grou iets nieuws.
Er moest nog veel ervaring worden opgedaan.

600×383px
De productiehal van de Halbertsma-fabriek te Hoorn ademt dezelfde sfeer uit als in het eerste fabrieksgebouw te Grou
(afbeelding: collectie Halbertsma)

We vinden het vervolg op een relaas van de ontwikkelingen in de boterhandel in de 18e en 19e eeuw. (accentuering van de webmaster)

//Het waren moeilijke jaren die toen volgden. De heer Halbertsma had totaal geen technische opleiding genoten. Hij was koopman en tot dien tijd absoluut geen fabrikant. De oude knechten noemden hem altijd koopman en zelfs is die betiteling nog een tijdlang op zijn zoon overgegaan. Ook waren er in Grouw geen geschoolde krachten. De werklieden waarmee hij begon, waren een paar schippersknechten, een schoenmaker, een kleermaker, enz.
De mensen durfden niet met de machines te werken vóór de heer Halbertsma ze helemaal op streek had geholpen. Daarvan wist hij mooie staaltjes te vertellen, o.a. dat de duigenschaaf alleen wou lopen, zonder dat ze warm werd, wanneer voor smering wonderolie werd gebruikt. Zoals de stukken bij het ronddraaien van de bodems in ’t rond vlogen, was levensgevaarlijk. Ze vlogen door de dakvensters heen. Van deze machines was dan ook alles beschermd door ijzergaas//.

300×295px
Bij de latere machines werd het beschermende ijzergaas vervangen door metalen kappen
(afbeelding: collectie Halbertsma)

Reconstructie

Overgeleverd via de aantekeningen van Sj. Sjoerdsma.

Vanaf het begin is er reeds sprake van een efficiënte inzet van de centrale krachtbron. In de Halbertsmafabriek wordt voorlopig vier dagen per week “machinaal” gewerkt. Op de vijfde dag is het voltallige personeel bezig met het opmeten en sorteren van de geschaafde duigen, waarna ze in pakken worden klaargezet voor de verzending. Mocht iemand daarin geen aandeel hebben, dan is hij bezig met deugelen (het verbinden van twee plankjes door middel van deugels tot een grondplank, waaruit met de “bodemmachine” de bodem of het deksel van een botervat kan worden gesneden)

Dat bij de werkzaamheden veel houtafval ontstaat in de vorm van houtstof, spanen en krullen spreekt voor zich.
Als de “jongens” “tijd over hebben”, moeten zij de spaanders bij de duigen- schaafmachine weghalen en voor de ketel brengen.
Dat werk wordt hun vaak opgedragen door H.B. Halbertsma. De jongens kunnen daartoe echter moeilijk worden overgehaald. Wanneer ze uit het “oog van de meester” zijn, wordt het spaanders sjouwen al spoedig weer “vergeten”. Tenslotte vindt Halbertsma de oplossing door in het ketelhuis een bakje met appels, peren of een bosje wortelen neer te zetten, waarvan zij “vrij” mogen eten!
De spaanders die er aan het eind van de werkdag nog liggen, worden ‘s morgens en ‘s middags met vereende krachten weggehaald. Er wordt niet eerder gedraaid dan dat alle spanen in het hok bij de ketel zijn.

Terug naar de pagina met onderwerpen