De liggende Hanomag-machine van 1931

Uit Test Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

In het jaar 1931 wordt er bij Halbertsma te Grou opnieuw, een ditmaal zeer grote, stoommachine geïnstalleerd.
Deze machine is niet geheel nieuw, maar heeft, naar overlevering, eerder enige jaren dienst gedaan in Duitsland te Aschersleben in een leerlooierij.

H fotob twee 15 Hanomag gi k.jpg
De liggende tandem-compound Hanomag-machine in de machinekamer van 1931
(afbeelding: collectie Halbertsma)

Deze machine heeft behoorlijke afmetingen en is van het type tandem-compound. Het compound-systeem gebruikt de stoomdruk getrapt in meerdere stoomcilinders.

Aanvankelijk werd in de stoomtechniek de volle druk van de stoom in één cilinder geëxpandeerd. Deze verdoorgevoerde expansie in één stoomcilinder levert echter niet altijd de voordelen (minder energie-gebruik) op die men beoogt. Met de druk van de stoom daalt nl. ook de temperatuur van de wanden van de cilinder en de schadelijke ruimte. De temperatuur van de cilinder is dus bij de uitlaat vrij laag. Bij de vroege toelaat van verse stoom zal een gedeelte op de koude wanden neerslaan en dan geen arbeid verrichten. Deze intrede-condensatie betekent dus verlies.

Men kan dit gedeeltelijk voorkomen door oververhitte stoom toe te passen. Het is bij verdoorgevoerde expansie ook voordelig die expansie niet in één cilinder toe te passen, maar in twee of meer cilinders.

Compound-systeem
In de eerste cilinder (hogedruk-cilinder) laat men de stoom van 12 ATO expanderen tot b.v. drie keer het oorspronkelijke volume en daarna laat men de stoom van 4 ATO via de receiver overstromen in de tweede cilinder (lagedruk-cilinder).
Aan het einde van de slag is de stoom dan geëxpandeerd tot vier keer het oorspronkelijke volume en dan bedraagt de druk nog 1 ATO.
De door de stoom verrichte arbeid zal dus theoretisch dezelfde zijn als die bij één cilinder, maar in elke cilinder is het temperatuurverschil veel kleiner en dus ook de intrede-condensatie.
Een dergelijke machine, waarbij dezelfde stoom achtereenvolgens in twee cilinders expandeert, noemt men een tweevoudige-expansiemachine of een compoundmachine.

Er bestonden ook machines met drievoudige of viervoudige expansie. Elke cilinder heeft oorspronkelijk zijn eigen drijfstang en kruishoofd. Dit systeem werd vooral bij verticale stoommachines toegepast, bijvoorbeeld in de scheepvaart.


Tussen twee cilinders moet een ruimte zijn waarin de stoom, die uit de eerste cilinder wordt toegelaten, kan wachten tot zij in de tweede cilinder kan worden toegelaten. Een dergelijke ruimte noemt men “receiver”.

Bij horizontale stationaire machines worden vaak twee cilinders achterelkaar geplaatst, waarbij beide zuigers op een gezamenlijke drijfstang en dus hetzelfde kruishoofd werken. Zij hebben een gemeenschappelijke drijfstang en krukas. Men spreekt dan van een tandem-compound-machine.

De Hanomag-machine was van dit tandem-compound-type.
De lagedruk-cilinder lag op de voorgrond en had de grootste middellijn, dan kwam de hogedruk-cilinder met een kleinere middellijn. Aan de machine was dat niet te zien, omdat de beide cilinders omgeven waren met tussenliggende isolatiematerialen, die tegen warmteverlies isoleerden. Dat geheel was dan weer omgeven door een mantel van fraai blauw gemoffelde platen, die voor de goede lijn zorgden en overal dezelfde middellijn hadden.

Deze machine had dus één reusachtige kruk en de Hanomag-machine moest voor het aanzetten “in de goede hoek” getornd worden. Als de drijfstang en kruk n.l. in één rechte lijn lagen kon de machine niet op gang komen.
De stoomverdeling geschiedde bij de machine niet door schuiven, maar door kleppen. Elke klep werd bewogen door een excentriek, dat op een as zat, die in lengterichting langs de machine liep en door middel van kegelvormige tandwielen rechtstreeks van de krukas werd aangedreven.
Elke cilinder heeft aan beide zijden een inlaatklep en een uitlaatklep. De vier inlaatkleppen zijn aan de bovenkant van de cilinders te zien, de vier uitlaatkleppen bevinden zich onder de vloer van de machine. Het voordeel van het gebruik van kleppen is, dat men de stoomtoevoer en afvoer aan elk cilindereinde geheel onafhankelijk kan regelen.

Deze klepaansturing is gebaseerd op de “Steuerung” van Lentz.

800×589px
De rij met klepstoelen van de Hanomag-machine
(afbeelding: collectie Halbertsma)

De rij met klepstoelen op de Hanomag-machine: vooraan de beide inlaatkleppen van de hogedruk-cilinder (HD) en daarachter de beide inlaatkleppen van de lagedruk-cilinder (LD). De kleppen worden bediend door de klepstangen die in beweging worden gebracht door de excentrieken op de excentriek-as.

Herinnering
Deze machine heeft altijd mijn voorliefde gehad….
Als ik aan de machinekamer van de Hanomag denk, hoor ik nog de suizende slag van de machine, eigenlijk heel stil, maar wel geweldig.
Het vliegwiel maakte altijd weer opnieuw een machtige indruk, ook hier het suizende geluid en de wervelende wind van de luchtverplaatsingen veroorzaakt door de reusachtige spaken…..
Daarbij moet men zich voorstellen dat de reusachtige aandrijfriem een zangerig motorisch geluid veroorzaakte: zo’n riem was een kunstwerk op zich, van leer vervaardigd en duidelijk met zwaar materiaal gestikt en genaaid. Ik weet nog dat er vaak speciale vaklieden op de fabriek kwamen om onderhoud aan de riem te plegen of om reparaties te verrichten……

Hoe vaak heb ik als kind deze machine niet gestopt door de afsluiter dicht te draaien, voor mij een machtig gevoel dat je dit brok natuurkracht op deze wijze je wil kon opleggen. Soms slaagde ik erin de machine op de juiste stand tot stilstand te brengen: het rode merkteken op het vliegwiel moest dan “zichtbaar schuin boven” staan.
Meestal lukte dat niet geheel en dan moest ik “tornen”, een zwaar werkje met een zware metalen buis die je in een sok stak, waaraan het tornmechaniek was verbonden…. Het “klauwtje” van het tornsysteem greep elke keer één verdiept nokje in het midden van het vliegwiel verder en door de buis (hefboom) naar beneden te drukken verplaatste je dan zo het vliegwiel (en verdraaide dus de hele machine) een stukje verder…..
Ik geloof niet dat mijn vader “gek” was op dat werk, als hij de machine stopte dan wist hij hem meteen in de juiste stand te krijgen, zodat er niet meer getornd hoefde te worden.
Ook wist hij de machine dan met enkele ”stoomstoten”, gegeven door de afsluiter snel open en dicht te draaien, handig in beweging te krijgen….

Hanomag aq gi k.JPG
De Hanomag-machine van Halbertsma in volle glorie
(afbeelding: aquarel van J.P. Rottiné)

De Hanomag-machine was mijn trots…. Vele jaren heb ik hem “verzorgd”, zelfs op mijn twintigste jaar en bijna afgestudeerd aan de Rijkskweekschool, glipte ik nog wel eens de machinekamer binnen en poetste ik de hele machine, inclusief het koperwerk, zodat “hij erbij stond” alsof hij zojuist nog door de fabriek afgeleverd……

“Halbertsma Nijs”
Uit “Halbertsma Nijs” ontlenen we het “levensverhaal” van de Hanomag-machine.
(accentuering van de webmaster)
500×494px
De monteurs bij de installering van de Hanomag-machine te Grou
(afbeelding uit Halbertsma Nijs)

// Ik werd geboren in het jaar 1922 in de fabrieken van Hanomag te Hannover in Duitsland.
Zoals dat bij stoommachines gebruikelijk is, was ik direkt volwassen en moest ik, na opgesteld te zijn in een leerlooierij in Aschersleben, mijn kost verdienen. Ik was, al zeg ik het zelf, flink uit de kluiten gewassen.
Mijn hogedruk-cilindermaat was 400 mm, die van mijn lagedruk-cilinder 620 mm. Mijn slag mat 750 mm.
Het meest indrukwekkende was echter mijn vliegwiel, die een diameter van meer dan 4 m had! En, ofschoon ik me best kan voorstellen, dat de schoonheidskoninginnen van tegenwoordig andere afmetingen prefereren, was ik trots op mijn maten.
Maar ondanks mijn kracht, ik kon normaal 400 i.p.k. ontwikkelen en als ik kwaad werd 500 i.p.k., had ik niet veel succes in mijn carriere. Ik werd n.l. reeds in 1925 al weer verkocht.
Ik reisde daarna helemaal naar Nederland, waar ik in 1927 en 1928 bij Halbertsma in Grouw werd opgesteld. (Dit klopt niet: de machinekamer was van 1931)
Er lag (wij horizontale stoommachines liggen altijd) daar reeds een soortgenoot, n.l. een Stork stoommachine. Deze moest een uitgebreid drijfwerk, bestaande uit lange assen met glijlagers, riemschijven en riemen, aandrijven.
Dit drijfwerk dreef op zijn beurt de machines in de fabriek aan.
Daar de Stork stoommachine het alleen niet meer af kon moest ik er bij komen.
Ik werd gemonteerd door een Duitse en een Poolse monteur, die geholpen werden door Jaap Broer, Klaas Meijerhof, Harm Krist, Jurjen Wispelweij en Gerben Bootsma.
Ik was van het “tandem-compound”-type, d.w.z. er waren op één zuigerstang een hogedruk- en een lagedrukzuiger gemonteerd. Men kon van de stoom, die uit de hogedruk-cilinder kwam een geringe hoeveelheid aftappen en voor verwarmingsdoeleinden gebruiken. De overgrote rest moest naar de lagedruk- cilinder.
Ik was wel hongerig, want wanneer ik normaal vol-belast werkte, lustte ik wel 3500 kg stoom per uur.
In mijn leven heb ik wel vijfhonderdmiljoen omwentelingen gemaakt.
Ook het begin van mijn werkzaamheden bij Halbertsma was niet succesvol. Ik schudde n.l. erg en daardoor de omgeving ook. In Hotel “Oostergoo” (500 m verderop) onder andere schommelden de medailles in de medaille-kast. Er is toen van alles geprobeerd om dit euvel te verhelpen. De opstelling van een balanceerapparaat heeft uiteindelijk de oplossing gebracht.
De moeilijkste periode van mijn leven heb ik aan het einde van de tweede wereldoorlog beleefd.
Door een fout aan de thermometer, die de temperatuur van de stoom moest meten, kreeg ik stoom te verwerken, die veel te heet was, n.l. ruim 400 gr. C i.p.v. 325 gr. C! De cilinder-olie kon hierdoor zijn taak niet vervullen, zodat mijn cilinders niet goed gesmeerd werden. Het gevolg hiervan was, dat mijn zuigerveren zeer snel versleten. Een paar keer hebben ze me toen gedemonteerd om nieuwe zuigerveren te plaatsen. Het was al met al een vervelende tijd.
Gedurende de bijna 40 jaren, die ik bij Halbertsma werkzaam was, heb ik de volgende chef-machinisten meegemaakt:


Douwe de Wind, Jan Visser, Sjoerd Witteveen, Jan de Vries, Marten van Keulen en Jan Rottiné.
Op middelbare leeftijd heb ik nog een ingrijpende wijziging meegemaakt.
Het gehele drijfwerk is afgebroken en er werd vlak bij mij een generator opgesteld, die ik d.m.v. een drijfriem moest aandrijven.
Maar nu zie ik de slopers de machinekamer binnenstappen, mijn tijd is gekomen, vaarwel!//

300×250px
De Hanomag-machine wordt ontmanteld
(afbeelding: collectie Halbertsma)

Hanomag
is de afkorting van:
Hannoversche Maschinenbau-Actien-Gesellschaft
Vormals Georg Egestorff
Hannover-Linden und Chemnitz

Hanomag-machines
Over de Hanomagmachines heb ik tot nu toe weinig informatie kunnen vinden.
Op het internet krijgt men weinig “hits”. In 2006 trof ik na veelvuldige zoektochten toch nog een aantal foto’s aan. Het betrof een site met oude foto’s/ansichtkaarten van de fabriek zelf die museaal op internet werden getoond. Vanwege kopierechten kunnen ze hier niet worden getoond...

Steijl bij Tegelen (provincie Limburg)

Omstreeks 2010 breng ik samen met mijn echtgenote en kennissen een bezoek aan het dorp Steijl bij Tegelen, omgeving van Venlo.

300×200px
Het klooster te Steijl bij Tegelen gesitueerd aan de Maas
Afbeelding: J.P. Rottiné)

Aan de Maasoever bezoeken we hier een kloostercomplex, annex drukkerijcomplex van de missie.
Hier wordt onwillekeurig mijn aandacht getrokken door de grote fabrieksschoorsteen binnen dit kloostercomplex. Mijn conclusie is dat hier wel geen sprake zal zijn geweest van industriële productie (binnen een klooster?) en schenk er verder dan ook geen aandacht meer aan….

Als wij de kloostertuin betreden, vlakbij de plaats waar de schoorsteen is gebouwd, valt mij toch een groot gebouw op: het lijkt wel opgetrokken te zijn in de stijl van een 19e/20e-eeuws ketelhuis en machinekamer, zelfs met behoorlijke afmetingen.
Nog steeds geloof ik niet dat er een stoominstallatie binnen een kloostergebied zal zijn te vinden. Als mijn dienstmaat mij wijst op het vroegere “self-supporting” karakter van het klooster (compleet met waterzuiverings- en waterleidinginstallatie, grote fabrieksmatige wasserij en een immense drukkerij) begint er bij mij toch wat nieuwsgierigheid naar boven te kruipen.
Op het moment dat wij langs het industriële gebouw lopen, probeer ik door de hoge ramen te gluren en daar zie ik zowaar het topje van een vliegwiel. Dat zou zowaar van een stoommachine kunnen zijn.

Op dat moment gaat het toeval een rol spelen.
Wij spreken een toevallig passerende broeder aan met de vraag of wij daar even binnen mogen kijken.
Snel leggen wij uit waarom wij geïnteresseerd zijn.
De broeder laat ons met plezier naar binnen.
In het grote ketelhuis staan een zestal ketels staan opgesteld van het fabrikaat “Steinmüller”.
Het ketelsysteem (met waterpijpketels) is vergelijkbaar met de B. en W.-ketel te Grou.
De Duitssprekende kloosterbroeder vertelt dat de grote ketels niet meer worden gebruikt, maar dat er in de laatste jaren slechts gewerkt wordt met een bijgeschakelde kleine gasgestookte ketel (situatie vergelijkbaar met de laatste jaren van Halbertsma).

500×333px
De Steinmüller-ketel is eveneens een waterpijpketel
(afbeelding: J.P. Rottiné)

Als wij vanuit de grote ketelruimte door een rustieke dubbele deur met ramen (klassiek in machinekamers) de oude machinekamer binnenstappen, zie ik een stoommachine die kennelijk in revisie is.
De LD-cilinder is gedeeltelijk gedemonteerd, de machine ziet er niet fijn onderhouden uit (enige roestvorming).
Het systeem met kleppen is van het systeem Lentz!

Als ik om de machine heenloop en het “machineplaatje” zoek, wordt ik plotseling verrast: het is een Hanomag-machine uit 1909.
Dat de machine van Hanomag-origine is,blijkt al snel uit de kemerkende Hanomag-onderdelen, sommige ook weer identiek aan die van Halbertsma's Hanomag-machine.
Ik ben verbaasd: het “toeval” dat ik nog een Hanomag-machine mag vinden in levende lijve!


Enthousiast heb ik de verschillende onderdelen gefotografeerd! De smering met oliepotten, het kruishoofd, de drijfstangen en de leibanen (mooi te zien nu de machine voor een deel gedemonteerd was).
Duidelijk is dat ook deze machine gebruikt werd voor het opwekken van elektriciteit. De lange riemoverbrenging drijft een generator aan van een vrij oud type.
Met deze machine is in de naoorlogse jaren vanaf 1945 de eerste energie te Tegelen en Venlo opgewekt, want de energie kwam van het klooster.
Achter in de machinekamer zijn langs de wand nog vrij moderne schakelkasten, meters en kasten te vinden.
Waarschijnlijk is deze machine omstreeks 1910 geplaatst. Na nog enige tijd te hebben gesproken en na het maken van een tiental foto’s zijn we tenslotte vertrokken, dankzeggend aan de kloosterbroeder voor de vriendelijke ontvangst.

De foto’s tonen dus een Hanomag-machine, die, hoewel iets ouder en kleiner dan de machine te Grou, duidelijk familie is en zodoende waardevol voor de beschrijving van de installatie te Grou. Zeker, omdat er weinig tot geen foto’s van de machine te Grou bewaard of bekend zijn.

400×267px 400×267px

400×267px 400×267px

400×267px 400×267px

400×267px 400×267px

400×267px 400×267px

De Hanomag-machine van Steijl uit 1909 in revisie, ondertussen werkend op perslucht
(afbeeldingen: J.P. Rottiné)

Nadere analyse van de foto’s leveren een aantal opmerkingen op:
Deze machine te Steijl is van 1909 en dus een vroege uitvoering van de Hanomag-machines.
De Hanomag-machines zijn indertijd "modulair" gebouwd: ze bestaan uit kenmerkende bouw-delen, waarmee Hanomag, al naar de wens van de klant, passende stoommachines kon samenstellen en opbouwen.
De Hanomag-machine te Grou is uit dezelfde kenmerkende modules opgebouwd!

Typisch “Hanomag" zijn:

  • de machineplaat, die naar mijn herennering heel herkenbaar is en grotendeels gelijk moet zijn geweest.
  • de fundatiebouten
  • de aansluitpunten voor de indicateur
  • de kleppensystemen met hun stangen
  • de constructie van het vliegwiel op de krukas
  • het vliegwiel en de stoomverdelingsas
  • de afscherming van de tandwieloverbrengingen tussen krukas en besturingsassen
  • de leibaanconstructies
  • de beschermingskasten om de drijfstangen,kruishoofden en krukken
  • de oliepotten
  • de kleppen en stangen naar de kelder
  • de smeerinrichting
  • de lagers en houders van de besturingsassen
  • de olieopvangbakken ontbreken (gedemonteerd? Of: afwezig?)
  • de kussenblokken-constructie van vliegwiel en besturingsassen
  • de excentrieken met hun stangen per klep
  • jammer dat de machine hier en daar enige roest vertoont
  • jammer dat wij niet gevraagd hebben de kelder te mogen bezichtigen
  • de omheining langs de aandrijfriem (groen) is niet van Hanomag
  • de omheining (gedeeltelijk gedemonteerd) langs machine en vliegwiel is wel typisch “Hanomag”

Ondertussen is de machine te Steijl gerestaureerd.