De sprinklerinstallatie

Uit Test Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Reconstructie

Een sprinklerinrichting voor de fabriek De grote brand van 1926 bij Halbertsma is de aanleiding tot een aantal drastische maatregelen: er wordt een Bedrijfsbrandweer geformeerd uit vrijwilligers-werknemers en men ontwikkelt plannen voor een automatische blusinrichting.


In 1928 wordt begonnen met de aanleg van de sprinklerinstallatie door de fabriek.
Deze installatie omvat een netwerk van leidingen door de gehele fabriek en in alle loodsen en ruimte waar vanwege het aanwezige hout brandgevaar (vuurbelasting) bestaat.

Sprinkler 1 gi k.jpg

Sprinkler 2 gi k.jpg

Sprinkler 3 gi k.jpg
Documenten die behoren bij de aanleg van de Sprinklerinstallatie bij de fabriek van Halbertsma
(afbeeldingen: Archief van de Gemeente Idaarderadeel

Het systeem is voorzien van “doppen”, een soort van smeltzekeringen. In geval van het ontstaan van grote hitte zullen deze doppen het begeven en treedt er op deze wijze een automatische blussing van het vuur in werking.

Het systeem wordt van druk voorzien door compressoren en als drukvat wordt een oude stoomketel gebruikt.
Bovendien is dit systeem zeker in de periode 1950-1970 al voorzien van een systeem van automatisch brandmelding. Als de druk in het vat vermindert (door automatische “blussing”) gaat bij een aantal leden van de “stootploeg” van de bedrijfsbrandweer thuis het brandalarm af.

Herinnering
Het automatisch in werking treden van het brandalarm gebeurde vaak na een vorstperiode: als er in de aan de vorstperiode voorafgaande tijd een sprinklerdop niet helemaal meer “goed” is en hij gaat enigszins “doorzweten”, dan kan het zijn dat de vorst door bevriezing en uitzetting de dop in zijn geheel vernielt. Bij invallende dooi treedt dan op een gegeven moment de bluswerking in actie.

600×366px
(afbeelding: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Worthington_high-duty_pumping_engine_(New_Catechism_of_the_Steam_Engine,_1904).jpg)

De grote Worthington-stoompomp wordt bij brand ingeschakeld om via het vaste leidingnet en de brandslangen de Bedrijfsbrandweer in de gelegenheid te stellen om het vuur te bestrijden.

Dat gebeurde “natuurlijk” vaak ’s nachts. Ook de chef-machinist maakte deel uit van de “stootploeg” van de bedrijfsbrandweer (hij moest immers de stoompompen en het vaste leidingennet voor bluswater bedienen) en zo herinner ik mij nog goed de vele malen dat, vooral in de winter, thuis het brandalarm “afging”. Je schrok dan akelig wakker uit je “eerste slaap” en voordat ik bij mijn positieven was gekomen, zag ik dan nog net het rode achterlicht van de fiets van mijn vader op weg naar de fabriek. Van hem heb ik nooit ook maar één wanklank gehoord…

De omwonenden bij de fabrieksingang in het dorp worden eveneens opgeschrikt door het brandalarm. Bij het sprinklerlokaal zijn n.l. aan de buitenkant een serie grote bellen aangebracht. Ze lijken wel wat op hele grote fietsbellen met een doorsnede van ongeveer 40 cm.
Eén van de bellen veroorzaakt bij brandalarm een hevig rinkelend lawaai, bovendien gaat de lamp van de betreffende bel branden.
Aangezien de bellen met hun corresponderende lampen ieder van een andere kleur zijn voorzien die op zijn beurt weer overeenkomt met één van de afdelingen in de fabriek, weten de stootploegleden al bij nadering van de fabriekspoort in welke afdeling de blusinstallatie in werking is getreden, de oorzaak kan “brand” zijn…. De stootploeg stelt daarop een onderzoek in.

Meestal is het vals alarm: een kapotte sprinklerzekering.

Sprinkler 5 gi k.jpg
(afbeelding: Halbertsma Nijs, collectie Halbertsma)

Terug naar de pagina met onderwerpen