Het "oude ketelhuis"

Uit Test Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Herinnering

Het ketelhuis van 1916 werd door stokers en machinisten altijd “het oude ketelhuis” genoemd. Het is tot de sluiting van de afdeling in 1971 in deze vorm blijven bestaan en was steeds nog volledig inzetbaar.
Je kon er op drie manieren binnenkomen- via de buitingang, of via het tubeluurlokaal. Achterin het oude ketelhuis was nog een doorgang naar de fabriekshallen.
Van buiten had men een entree vanuit de open corridor tussen ketelhuizen en machinekamers aan de noordzijde en de fabrieksgebouwen aan de zuidzijde. Door een passage, door twee zware schuifdeuren aan weerskanten afgesloten, tussen twee pomplokalen door kwam men dan het oude ketelhuis binnen.

800×579px
Impressie van het oude ketelhuis volgens jeugdherinnering
(afbeelding: aquarel van J.P. Rottiné)

Het was er altijd behoorlijk donker, omdat het oude ketelhuis tussen een aantal gebouwen stond ingeklemd en er weinig of geen ramen aangebracht waren.
Het oude ketelhuis was ruim bemeten en in het midden stonden de beide ketels tegen elkaar aangebouwd.
De plaats van de Zeister was leeg.
(de plaats van de vlampijpketel was zo ongeveer de plaats van het mislukte diepe stookgat…..uit 1907)
Of de oorspronkelijke vuurhaard en stookkelder in 1916 is dichtgegooid of dat de kelder onder de ketels nog intact was, kan ik mij niet meer herinneren.
Wel meen ik mij te herinneren dat er in het oude ketelhuis hier en daar ijzeren dekplaten lagen: dat zou kunnen wijzen op open ruimtes eronder.

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog waren de beide ketels weinig meer in gebruik: de grote B&W-ketel ketel van 1939 was toen de dagelijkse stoomleverancier.
Toch waren de Lancashire-ketel en de vlampijpketel ook toen nog volledig inzetbaar. Ik kan mij herinneren dat ze op gezette tijden nog wel eens gebruikt werden op momenten dat er problemen waren met de “grote ketel” of wanneer deze buiten gebruik werd gesteld, omdat daaraan onderhoud moest worden gepleegd.
Het tijdelijk gebruik van de oude ketels betekende voor de stokers een extra belasting omdat het stoken van deze ketels van hen veel meer aandacht en lichamelijke inspanning vergde.
Vooral het voeden en onderhouden van het vuur in de vuurgangen en in de vuurhaard was een intensieve bezigheid, evenals het verwijderen van de as uit de vuurgangen en stookruimte.

Bij Halbertsma is het houtafval altijd verstookt onder de ketels. Dat was mede de reden van het bestaan van een stoomkrachtcentrale bij de fabriek. Voor het verzamelen van de spaanders en het houtstof, zoals dat bij het verzagen en schaven in grote massa"s vrij kwam, behoorde al vroeg in het bestaan van de fabriek een "stofzuiger-installatie". De stofzuigers worden technisch "cyclonen" genoemd. Deze installatie zorgde ervoor dat de spaanders en het houtstof vanuit alle inrichtingen direct naar de opslag bij het ketelhuis werden gezogen. Overal op de daken waren de zuigleidingen te zien die het kleine houtafval naar de cyclonen voerden. De cyclonen boven op de daken van de diverse ketelhuizen werden een bekend beeld voor de fabriek. Zij stonden hoog opgesteld en waren, naast de schoorstenen, vooral vanaf het omringende water als een duidelijk baken voor het dorp.

600×425px
De cyclonen van het oude ketelhuis stonden hoog opgesteld op het dak
(afbeelding: collectie Halbertsma)

Terug naar de pagina met onderwerpen