Uitbreiding van de krachtcentrale en Hinderwetvergunning 1899-1900

Uit Test Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Een paar jaar na de grote uitbreiding van 1897 blijkt de productie van de Fa. Halbertsma Bzn. zodanig te zijn gegroeid, dat er een nieuwe uitbreiding noodzakelijk wordt. Tot dusver hebben de uitbreidingen van de fabriek niet geleid tot een vergroting van de stoominstallatie. Steeds werd bij iedere aanvraag voor een Hinderwetvergunning gemeld, dat de kracht zou worden geleverd "door de bestaande stoominstallatie". In 1899 wordt er een nieuw ketelhuis gebouwd, bovendien een nieuwe machinekamer, waarin een “locomobiel” zal worden geplaatst.

Er was sprake van hevige concurrentie in de vathouthandel. Omstreeks de eeuwwisseling maakt de fabriek een moeilijke tijd door. De moordende concurrentie heeft lage prijzen tot gevolg en er wordt door Halbertsma weinig verdiend. Desondanks ontwikkelt Halbertsma plannen met het oog op de toekomst.
Halbertsma vertelt hierover aan Sjoerd Sjoerdsma en deze verwerkt dit in zijn schriften:

//“De Heer Halbertsma vertelde, dat bij het einde in Dec van dat jaar nog niets verdiend was, door hem niet maar in geenen deele door zijn concurenten. Toen hij dan ook besloten was om te bouwen en een nieuwe stoommachine aan te schaffen zorgde hij er wel voor dat zijn concurenten hiermede bekend werden. Zij moesten in geen geval de ilusie hebben dat hij de strijd op wou geven. Het was al diep in de herfst aldus Halbertsma en er was nog niets geen verandering gekomen met de prijzen van het vathout. Maar eens dat ik op reis was ontmoete ik de Heeren die de strijd waren begonnen op het station in Meppel meen ik wel. In elk geval op een groot station en deze Heeren meende ik dat die in Nijmegen woonden. Toen zij mij ontmoeten aldus Halbertsma vroegen ze mij of dat nu altijd zoo moest doorgaan. Ik antwoorde hen, ja kijk eens Heeren dat moeten jullie weten. Moeten wij dat weten aldus die Heeren. Ja zei er toen een en dan bouwt u ook nog een nieuw ketelhuis en schaft u een nieuwe stoommachine aan. Ja kijk eens Heeren aldus Halbertsma, jullie moeten dat weten, want wie is er eerst begonnen met prijsverlaging van het vathout? En als ik een nieuw ketelhuis laat bouwen met een nieuwe stoommachine, dat is een kwestie van vooruitzien. Als er meer werk komt moet ik klaar zijn. Hiermee was het gesprek afgeloopen. Maar de prijzen van het vathout gingen weer omhoog. Die strijd was afgeloopen en er kon weer verdiend worden, maar het verlopen jaar was een slecht jaar geweest.”//

Aan deze situatie komt in 1899/1900 een einde. Halbertsma kan alleen nog maar verder groeien als ook de stoominstallatie wordt vergroot: dat kan echter niet meer in het bestaande ketelhuisje en de bestaande machinekamer van de "Lytse Fabryk". Dus moet er een nieuwe ruimte worden gecreëerd voor een grotere krachtcapaciteit: een ketelhuis, een ruimte voor een nieuwe machine en daarbij hoort dan ook automatisch een passende schoorsteen. De schoorsteen dient op de grootte van de stoominstallatie afgestemd te zijn om voldoende trek te kunnen leveren voor het vuur in of onder de ketel.

Hieronder volgen de documenten, zoals die voor de uitbreiding van 1899-1900 dienden te worden aangevraagd en opgemaakt.

Uitbreiding 1889-1900 HW 1gi k.jpg

Uitbreiding 1889-1900 HW 2 gi k.jpg

Uitbreiding 1889-1900 HW 3 gi k.jpg

Uitbreiding 1889-1900 HW 4 gi k.jpg

Uitbreiding 1889-1900 HW 5 gi k.jpg

Uitbreiding 1889-1900 HW 6 gi k.jpg

Uitbreiding 1889-1900 HW 7 gi k.jpg

(afbeeldingen: Archief van de Gemeente Idaarderadeel)

Reconstructie

Wat er in (1897?) 1899-1900 nu eigenlijk echt aan nieuwe ontwikkelingen heeft plaatsgevonden is enigszins onduidelijk.

In 1897 wordt er volgens Sjoerdsma een nieuwe fabrieksschoorsteen gebouwd, ditmaal van steen. Er wordt bovendien een nieuw ketelhuis gebouwd en ook een nieuwe machinekamer (of is dit één en dezelfde ruimte?), waarin een locomobiel wordt geplaatst.

De beschreven nieuwbouw, schoorsteen en ketelhuis, geeft de indruk van uitbreiding van de capaciteit. Het is ook mogelijk dat de bestaande ketel en schoorsteen moesten worden vervangen of te veel binnen het productiecomplex kwamen te liggen…
Onduidelijk is of er ook nog een nieuwe stoommachine (dit is waarschijnlijk de locomobiel) werd geplaatst, dit wordt door Sjoerdsma niet expliciet genoemd. Voorlopig gaan we ervan uit dat de locomobiel voor de noodzakelijke uitbreiding in capaciteit moest zorgen.

Waarschijnlijk heeft Sjoerdsma zich hier vergist in de tijd!:

Als we de plattegrond in “De Kof” goed bestuderen dan menen we te mogen vaststellen dat schoorsteen en ketelruimte van 1900 één geheel waren en dat na een verbouwing in 1907 deze situatie minimaal tot na 1916 is blijven bestaan.

Een locomobiel is een combinatie van ketel en stoommachine tot één geheel.
De “nieuwe machinekamer” zal dan eigenlijk ook tegelijkertijd ketelruimte en machinekamer zijn geweest!.

Ook uit de stukken van de gemeente Idaarderadeel (Boarnsterhim) blijkt dat het ketelhuis met machine van 1900 zijn.

Terug naar de pagina met onderwerpen